Familiewapen

‘Mede gebracht uyt Vlaanderen’


Oudst bekende voerder van ons familiewapen is Pieter de Clercq (1661-1730). Het hier afgebeelde lakzegel werd gevonden op het testament, dat hij samen met zijn echtgenote Cornelia Block op 26 nov. 1729 passeerde voor de Amsterdamse notaris Hermanus de Wolff jr.

Stadsarchief Amsterdam, Oud Notarieel archief, inv.nr. 8920, akte 423

Hoe Pieter aan dit wapen is gekomen, blijkt uit ons 18de-eeuwse ‘geslagtsregister’. In 1774 heeft Pieters kleinzoon Stephanus de Clercq (1747-1820) aan dit register een korte historische inleiding toegevoegd. Daarin beschreef hij dat George Bruyn, een vriend van de familie, “het regte wapen van hun familie uyt Vlaanderen heeft mede gebracht aan P. de Clercq, getr. met C. Block”.

Voorblad bundel huwelijkszangen George Bruyn en Levina van Oosterwijk, 1708

Deze vriend was niet de eerste de beste. Evenals Pieter was George Bruyn, heer van Hardenbroek (1682-1723) een doopsgezinde en zeer welgestelde koopman, reder en assuradeur te Amsterdam. Daarnaast was hij directeur van de Oostersche Handel en Reederijen en tevens regent van Oude Mannen- en Vrouwenhuis. In zijn woning aan de Oudezijds Voorburgwal had hij een fraaie bibliotheek (met ondermeer een uiterst kostbare, speciaal voor hem vervaardigde 6-delige atlas), alsook een schilderijencollectie, met enkele topstukken. Voor genealogie en heraldiek had Bruyn een actieve belangstelling; in zijn “comptoir” bevonden zich een “geslagtboom en wapenboeken met zijn ap- en dependentiën”.
Dat Bruyn zich interesseerde voor het familiewapen De Clercq, hield ongetwijfeld ermee verband dat zijn echtgenote Levina van Oosterwijk (1687-1723) een achterkleindochter was van Levina de Clercq († 1652), gehuwd met Abraham Ampe. Het familiewapen De Clercq hoorde dus bij de kwartierstaat van zijn vrouw en van zijn kinderen.

Waaraan George Bruyn dit “regte wapen” precies heeft ontleend, is niet vermeld. We moeten aannemen dat hij het ergens, tijdens een reis naar (of door) Vlaanderen, heeft opgetekend.
Nu blijkt uit de historische inleiding op het geslachtsregister dat de familie zich medio 18de eeuw er nog wel van bewust was, dat de voorouders De Clercq afkomstig waren uit Vlaanderen en dat zij “om vervolging wegens de Religie na Holland [waren] gevlugt”. Maar de wetenschap dat de familie meer bepaald afkomstig was uit Gent, was niet meer overgeleverd. De stamreeks kon niet hoger worden opgevoerd dan de grootvader van Pieter: Lucas de Clercq, waarvan zij portretten hadden en van wie zij wisten dat hij in 1638 in Haarlem had geleefd. Over diens vader was niets bekend, laat staan over het verdere Vlaamse voorgeslacht.

Dus hoe heeft George Bruyn kunnen vaststellen dat het door hem gevonden wapen ook “het regte” wapen was? De conclusie moet zijn: niet. In feite was het een als zekerheid omarde veronderstelling. Want wat Bruyn misschien niet wist, maar wij tegenwoordig wel, is dat de familienaam De Clercq, zowel nu als in het verleden, in Vlaanderen zeer wijdverspreid was. Er bestonden en bestaan dus vele ‘homonieme’, maar niet verwante families De Clercq. De kans dat Bruyn daadwerkelijk met het juiste familiewapen thuis kon komen, was dan ook betrekkelijk klein.

Terug naar boven